| Lang leve de Circusdieren |
|
Terwijl ik verder fietste gaf ik mezelf een schouderklopje voor mijn kordate optreden. Ik had een brute moord voorkomen en een duidelijk signaal afgegeven naar de dieren. Want het lijkt echt nergens op hoe die met elkaar omgaan. Geen enkel dier dat ’s morgens de ogen opslaat heeft ook maar de minste zekerheid dat het de avond haalt zonder verlies van leven, haven of goed. Ook onderling zijn ze het zelden eens, vliegen elkaar voortdurend in de haren en zelfs de meest basale fatsoensnormen worden genegeerd. Wat wij ‘vogelgezang’ noemen, blijkt in hoofdzaak neer te komen op bedreigingen en ordinaire scheldpartijen. En hoe honden elkaar afblaffen, is te schandelijk voor woorden. Willen we succesvol een einde maken aan de totale wetteloosheid in het dierenrijk, dan zullen we moeten beginnen op het niveau van waarden en normen. Ik ben er dan ook blij mee dat er nu eindelijk een kabinet zit dat geheel bestaat uit dominees. Die weten niet alleen wat goed is voor de mensen, maar ook voor de dieren. Ik vind dat het beschavingsoffensief dat zij hebben ingezet, moet worden uitgebreid naar de dierenwereld. Er zal een pakket van maatregelen moeten komen dat zich speciaal richt op de jonge dieren. Omdat van de ouders weinig goeds te verwachten is, lijkt het me zaak om de jonge dieren zo snel mogelijk na de geboorte uit huis te plaatsen en onder te brengen in centra waar hen in een rustige leeromgeving kan worden overgebracht wat wij verstaan onder ‘Fatsoen moet je doen’ en ‘Samen werken, samen leven’. Nu las ik onlangs in de krant dat er in de Tweede Kamer druk gelobbyd wordt door de Partij voor de Dieren voor een verbod op circusdieren! Hier begrijp ik helemaal niets van. Circusdieren zijn niet alleen hoffelijk in de omgang, maar hebben ook nog eens als enige een gedegen vakopleiding gevolgd. Zij zouden juist de jeugd tot voorbeeld kunnen strekken. Door keihard werken hebben ze carrière gemaakt en een positie verworven waar hun soortgenoten in het wild met jaloerse blikken naar kijken. Want als circusdieren ’s morgens hun ogen opslaan, is hun grootste zorg niet of ze het einde van de dag wel halen, maar of het ontbijt op tijd geserveerd wordt. Daarna is het tijd voor sport en spel (lunch inbegrepen) om na het verplichte middagdutje tijdens intensieve trainingen hun vaardigheden verder te ontwikkelen. Na het diner en een uurtje uitbuiken volgt dan de apotheose van de dag: een optreden voor groot publiek met als beloning een daverend applaus. Dieren in het wild krijgen nóóit applaus. Circusdieren genieten er dan ook van met volle teugen. Ik vrees dat juist dat laatste hen weer zal veroordelen tot een leven in barbarij. Want dit was ik in mijn enthousiasme over ons waarden- en normenkabinet even vergeten: dominees houden niet van genieten.
|
Gisteren heb ik een vogel het leven gered. Fietsend door Keent zag ik hoe twintig meter voor me in de berm een havik vanuit het niets een merel aanviel, ruggelings aan de grond kluisterde en meteen op hem inhakte. Impulsief fietste ik op hem in terwijl ik hem toeschreeuwde: “Hé!, ben jij nou helemaal besodemieterd!”, waarop de havik geschrokken losliet en de merel paniekerig piepend het struikgewas in vluchtte.